Posts

Afscheidsbrief

Afbeelding
Dag, Misschien wil je weten waarom ik het gedaan heb? Ik dacht altijd dat je mijn vriendin was. Dat we altijd alles tegen elkaar zeggen konden. Dat we dat ook deden. Dat is kapot. Je vroeg mij waarom ik me altijd zo lelijk opmaakte, zoveel make-up gebruikte, van die felrode lipstick opdeed. Dat vroeg je me. Terwijl ik dat al zo doe sinds wij elkaar kennen. Sinds dat jij van een andere school bij mij het examenjaar inschoof. Ik vroeg of je naast mij wilde zitten. Ik nam je mee in de pauze om samen met mij en mijn vriendinnen te zitten, zodat jij niet alleen zou zijn. Dat leek mij zo akelig, alleen op zo’n grote school, niemand kennen. Sindsdien zijn we onafscheidelijk geweest. Zeg een jaar of vijfendertig. We deelden al onze geheimen. Dacht ik. En dan kom jij met die vraag. Je zegt mij dat er meer mensen zijn die zich die vraag stellen. Je sprak dus over mij met anderen. Over iets dat mij mij maakte. Iets waardoor ik die middelbare school kon doorlopen. Het gaf mij iedere dag de moed ...

Op de markt

Afbeelding
'Een Vietnamees loempiaatje'. Ze bestelt met zachte breekbare stem. Langzaam zoekt haar trillende hand in de plastic boodschappentas. Geritsel. De opgedoken portemonnee oogt net zo oud als de dame zelf. Vaal en vol craquelé. Met moeite gaat de knip er uiteindelijk af, geconcentreerd lijkt ze te zoeken naar de één euro tien waar de Aziatische dame met snelle schelle tong om vroeg, geen alstublieft. Tijd voor beleefdheden is er niet kennelijk. Het lukt de oudere dame uiteindelijk de muntjes te verzamelen en te overhandigen. Inmiddels is de rij achter haar flink gegroeid en jawel hoor, één enkeling, een man vanzelfsprekend, kijkt geërgerd naar de dame. Hem wordt zeker nooit iets kwalijk genomen. Hij is geliefd! Niemand die ooit last van hem heeft. Waarom schiet ze niet op lijkt zijn houding uit te stralen, dat ouwe mens. De vrouw zal het allemaal niet mee krijgen waarschijnlijk, hoop ik maar. Maar toch, het stoort mij, die houding van zo'n man. De loempia neemt ze voorzicht...

Kant

Had ik maar een muts meegenomen en goede handschoenen, alle-thecis wat is het kotskollere koud. Mijn oren schreeuwen het uit van de pijn. Aanraken zal fataal zijn. Ik weet het zeker. Ze zullen uiteenvallen in duizend stukjes en als minuscule roze scherfjes op het zandige bospad verdwijnen, mij achterlatend met twee diepe gaten aan beide zijden van wat eerst, ja ik zeg het zelf, een best geslaagd hoofd was. De takken van de bomen bedekt met rijp na de lange ochtendmist brengen mijn gedachten, oh zalig ben ik, bij haar pikante zijde jurkje met kante randjes en bandjes. In gedachten glijden mijn vingers over de door het zijde bedekte fraai gewelfde lichaam. Tintelingen maken zich meester van mijn gedachten en lichaam. Bloed stroomt harder, zorgt voor spanningen en warmte, zodat zelfs mijn oren weer iets lijken te ontdooien.... (C) RH 30/12/2016

Vader en zoon

Afbeelding
Soms 'zie' ik teveel. Onderweg op een D weg vanuit onze vakantiestek naar huis. We rijden in de Auvergne langs een grote mooie boerderij voorzien van een, zoals zichtbaar vanaf de weg flink erf. In tegenstelling tot heel wat andere boerenbedrijven die ik dit jaar in Frankrijk zag ziet deze er goed onderhouden uit. Het gaat ze hier kennelijk voor de wind. In de uitgestrekte weiden om het bebouwde deel heen zie ik grote aantallen van het 'vache L'Aubrac' in groepjes bij elkaar staan. Een mooi bruin rund met grote hoornen getooid. Een aanblik waardoor de zo aan het einde van de zomer goudgele weiden ietwat weg hebben van de dorre graslanden in het Wilde Westen van de Verenigde Staten. Op het erf zie ik een oude man. Met één arm leunt hij voorover gebogen tegen een schuur met de andere leunt hij op een wandelstok. Ik zie hem met zijn hoofd een beweging naar voren maken en weer terug.  Van een meter of drie vier loopt een veertiger met rustige zelfverzekerde pas op ...

Merel - II

Een dergelijke teleurstelling heb ik eerder gezien. Het was op een avond. Lang geleden. Bij mijn oma. Ik moet een jaar of negen geweest zijn. De avond ervoor had mijn vader mij bij haar afgeleverd, zijn schoonmoeder, de moeder van mijn moeder, mijn oma. Ik zou blijven slapen. Mijn ouders hadden de dag erna beide iets te doen. Ze zouden vroeg van huis gaan en mijn school was kennelijk een dag dicht. Of was het weekend? Maakt niet uit. De volgende avond zouden zij beide rond vijf uur ook bij oma aanschuiven. Het huis van mijn oma was groot. Ooit woonde ze er met mijn opa, mijn moeder, mijn twee tantes en mijn oom. Mijn opa overleed vlak na zijn pensioen. Mijn moeder, tantes en oom waren al lang uit huis. Toen mijn zus nog leefde logeerden wij er wel vaker, graag zelfs. Dit was de eerste keer na het voorval. De eerste keer zonder mijn zus. In de huiskamer zag ik de lege muur. Ik wist wat daar normaal gesproken hing, een groot portret van mijn zus. Mijn oma haalde het weg zodra wij op ...

Aangerand

Afbeelding
Ik kijk naar de kaarsrechte lijn die de bomenrij bovenop de dijk volgt. De Geniedijk, onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Her en der vind je nog de betonnen kazematten en forten. Alles van een tijd dat water nog een echt obstakel kon betekenen in een oorlog. Een tijd waarin de luchtmacht niet bestond. De dijk als laatste redmiddel voor onze veiligheid. Ik kan genieten van de wijze waarop de mens het land vormgaf en geeft. Knooppunten waar snelwegen elkaar ontmoeten. Kanalen, singels, de voren in een zojuist geploegde akker. Vooral wanneer ik gespannen ben, niet relaxed, vol stress zit, geven de lijnen vorm aan mijn gedachten, zijn ze leidraden voor de kaders waarbinnen ik mijzelf dwing te blijven denken. Daarom sta ik hier. Alleen, zoekend naar rust, in mijn kop. Op de spaarzame momenten dat ik geheel ontspannen de wereld tegemoet treed is het anders. Ontdaan van gedachten die per definitie tot moeten leiden. Dan is het juíst het onverwachte in de natuur dat mij bekoort. Ee...

Rollenspel - Rundervink

Eén gortdroge rundervink van eergisteren, 5 halve aardappelen met jus en tien doodgekookte grote spruiten met gesmolten boter, echte boter, gezouten. Als ik al kook dan is het voor twee dagen. En wanneer ik dat doe dan eet ik dat niet op twee achtereenvolgende dagen.  Dat zijn van die wetmatigheden die mij aan de ene kant op de spreekwoordelijke been houden maar tevens doen afvragen of dat het nou nog moet zijn. Beneden in de hal staan ze, de scootmobielen, rollators en andere bewijsstukken van de alom aanwezige aftakeling om mij heen.  Door de muren hoor ik de televisie van mijn buurman, weduwnaar, doof. Ongetwijfeld zit die chagrijn in zijn leunstoel met open mond, hoofd achterover luid te snurken. Aanbellen, op de deur kloppen, de ruiten ingooien, het maakt niet uit, hij hoort niks.   'Geen boter meer hoor,  en wees voorzichtig met het zout'.  Ze bedoelt het goed hoor die schat van een huisarts,  maar ze begrijpt er ni...