Posts

Clarissa's fluisteren

Afbeelding
  Het komt goed fluisterde Clarissa in zijn oor, het komt goed. Ze probeerde hem gerust te stellen, maar hij was rustig, de woorden waren vooral aan haarzelf gericht, als een mantra, het komt goed, het komt goed, het komt goed . . . Zelf was hij op dat moment niet bezig met een vraag over wat er speelde, er was geen twijfel, geen angst, geen pijn. Er was niets. Wat hij ervaarde was een allesomvattende rust. Zonder dat het berusting was, berusting veronderstelt accepteren, accepteren veronderstelt iets als een denkproces in een verloop van de tijd. Tijd die hij niet registreerde, hoewel hij de tijd niet kon ontkennen lag dat wat wellicht de tijd was als een verstillende vederlichte warmende en tegelijkertijd verkwikkende deken over zijn lichaam, waarvan hij wist dat er een lichaam was, dat het het zijne was, maar toch, het was een lichaam alsof er zo een ander voor in de plaats zou kunnen komen. Zijn zijn was als een toeschouwer op het zelf zonder te voelen, zonder mens te zijn, een...

Olifanten en zwanen

Afbeelding
  De hond moet nog uit. Ik open mijn ogen en zie de natte neusgaten. Mijn waken doet hem enthousiast kwispelen, kom op baas zeggen zijn blije ogen. Wanneer ik de mijne weer sluit kijken de zijne recht door mijn oogleden heen, er is geen ontkomen aan.  Buiten is het stil, schaduwen buigen mee bij het passeren van de lantaarnpalen, de stilte fluistert  onhoorbaar in mijn oren maar ik ben op mijn hoede, juist in deze rust waar ieder binnen is kan het onverwachte plaatsvinden, ik wilde zeggen toeslaan maar daarmee zou het te geladen worden. Het is bizar hoe de stilte een spanning herbergen kan die jij als je wilt kan horen zingen als een op een kristallen glas ronddraaiende natte wijsvinger zo hoog dat het feitelijk voor de meesten gelijk aan de stilte zal zijn. Maar dat wil niet zeggen dat het er niet is, dat jij een boom ziet wil niet zeggen dat een ander het huilen van de treurende wilg niet voelt,  hoort, of dat die natte vinger mij niet nawijst of anders de wegwijst...

Gemiste Ontmoetingen

Afbeelding
  'Goedendag meneer, mag ik u wat vragen?' Voor mij staat een oudere heer, minimaal tachtig, maar negentig zou zo maar kunnen. Ik zeg heer, want hij is alle opzichten verzorgd, kostuum met lange regenjas, glimmend gepoetste lederen schonen, de grijze haren strak gekamd, ik vermoed brylcreem, zijn zinnen, zijn woorden allemaal zeer welgemanierd, al verneem ik wel een lichte Amsterdamse tongval, niets mis mee. En deze oudere heer, hij noemt mij u op een wijze die je alleen bij mensen uit een andere tijd hoort. 'Goedendag meneer, mag ik u wat vragen?' 'Vanzelfsprekend mag u dat, daarvoor ben ik hier, mijnheer.' Hij valt stil en kijkt naar mijn pols. Ik weet niet wat er aan de hand is, ik zie zijn adamsappel omhoog en weer omlaag gaan, een zachte zucht. Langzaam gaat zijn blik omhoog, ik zie de ogen vochtig worden. 'Kan ik iets voor u doen mijnheer, een glaasje water misschien?' 'Nee, dank je, jongen,' klinkt het opeens zacht, kwetsbaar. 'Weet je...

Jagen

Afbeelding
  De stilte en rust van de ochtend herbergt tussen de fijne dwarrelende sneeuw een prachtige roffel. Ik laat de hond uit, muts op, het is koud, min zeven gaf de thermometer aan, iets verderop is een omheind landje waarop hoge populieren staan. Met regelmaat is daar het geluid van een specht te horen. Een mooie roffel. Naarmate ik het landje nader probeer ik de specht te lokaliseren tussen de kale stammen en takken, een samenspel tussen zicht en gehoor. Ik ben niet de enige, iets verder zie ik een hondloze wandelaar met de hand boven de ogen richting hetzelfde landje kijken. Een andere wandelaar schiet mij aan; "... ja wat is dat rare geluid hè?" Op mijn tong ligt een vervelende opmerking, maar hè waarom toch Remco! Ik antwoord kort; 'een specht. ' Ik probeer goed te luisteren, en weet zo de locatie terug te brengen tot 3 populieren. Ze steken donkergrijs af tegen het net niet witte van sneeuw zwangere wolkendek, nu komt het aan op goed kijken. Inmiddels zie ik dat d...

Wakker worden

  Wakker worden kort na het verstrijken van de avondklok en dan opmerken dat er kennelijk al vlak daarvoor gedachten ronddwaalden in het hoofd die vervolgens doorgaan na het ontwaken en het weer in slaap komen dientengevolge in de weg staan en zelfs dusdanig uitbreiding zoeken dat er een kakofonie aan ideeën, gedachten, 'on'wetenswaardigheden en aanverwante aangelegenheden ontstaat waarin de zoektocht naar logica alleen maar stranden kan, daar ergens in die brei de veronderstelling groeit dat logica over- en inzicht lijkt te brengen maar dat die orde tegelijkertijd onwenselijk is want tot een zeker idee van voorspelbaarheid leiden kan waar het leven niet leuker van wordt en sowieso de werkelijkheid die toch nog altijd, en dan denk ik hoe ongelukkig dat uitpakken kan, soms ook vooral juist onvoorspel- en onvoorstelbaar is waarbij dan gelukkigerwijs toch die gaap komt, de oogleden zwaarder worden en

Geen kerstverhaal

Een klein huis, betonnen muren, uitzicht op akkers. Geen buren binnen een kilometer of twee. De inrichting minimalistisch, een tafel voor vier, één stoel, een fauteuil, een bank lang genoeg om op te slaap te vallen, een tv, een schemerlamp boekenkasten. Na het overlijden van zijn doofstomme ouders verliet hij het huis waar hij voor hen had gezorgd. Zijn moeder overleed als eerste. Zijn pa ontwikkelde daarna helse pijnen. Pijnen waar geen traditionele behandeling bij hielp. Daar lag zijn pa, het lijden sprong van zijn gezicht, zijn hele verkrampte lichaam. En toen was daar die arts met een alternatief, pijn bestrijden met pijn. Het leek te helpen, zijn vaders lichaam ontspande. Niet lang daarna overleed hij. Het was klaar, vriendschappen had hij nooit onderhouden, familie was er niet. Het kleine huis bracht hem de rust die hij nodig had. Hij wandelde, las, keek het journaal, fietste zo nu en dan naar dichtstbijzijnde boekhandel voor nieuw leesvoer of de supermarkt voor de nodige bli...

Johan - aflevering 2

Johan! Johan schrok wakker, schemerdonker, het duurde even voor hij wist waar hij was, de schuur. Het was een vrouwenstem die in niets leek op die van zijn moeder. Ze riep nogmaals Johan ben je hier. Hij bleef doodstil liggen. Vanuit het niets, best dichtbij klonk opeens een kort ja, ik ben hier, op de hooizolder. Kan je dan even naar buiten komen zei de vrouw, ik krijg de deur van de andere schuur niet open. Mopperend hoorde Johan zijn naamgenoot de houten ladder, die hijzelf gisteren naar boven had beklommen, afdalen. Langzaam kwam ook hij in beweging, kennelijk was de wereld op deze boerderij tot leven gekomen, er zat niets anders op dan ongezien beneden te komen en het erf te verlaten. Zo voorzichtig en stil mogelijk ging ook hij de trap af. De andere Johan naderde alweer op zijn klompen. Het was nog steeds half donker, toen de man weer de trap op klom verliet Johan de schuur. Uit het woongedeelte van de boeren kwam een vaag schijnsel. De vrouw was hoorbaar bezig in de andere sch...