Posts

Zoenen - Een Brian verhaal

Afbeelding
Voor zich een lange rij jaren dertig woningen.  In het midden een poort waarachter zich een doolhof aan straten bevindt. Van rechts nadert op een meter of tien een in chique zwart geklede jongedame de poort.  Bij de poort kijkt ze even voor zich uit en slaat vervolgens rechtsaf de poort in. Nieuwsgierig geworden kijkt Brian even naar links om te zien wat haar had doen opkijken. Op ongeveer vijftig meter komt een jongeman aangerend.  Grijze joggingbroek, donkergroen sweatshirt met oranje capuchon, rode Adidassen aan de voeten. Een bonte verzameling kleuren. Geheel uit de toon vallend bij de fraaie jongedame. Geen wonder dat ze maar kort opkeek.  Bij de poort slaat hij linksaf,  toch ook de poort in. Halverwege staat nog de jongedame.  De jongen loopt op haar af. Een innige omhelzing. Een paar woorden lijken te worden uitgewisseld. Een blik in elkaars ogen en dan zoenen ze elkaar hartstochtelijk.  Brian is nu ook in de poort, schraapt zijn keel, ze ...

Jongens waren we. Jongens.

Afbeelding
Prachtig weer. De trein stopt. Uitstappen. Een sporttas in de hand. Meerdere jongens stappen uit. Enkele lijken elkaar te kennen. Hebben er zin in? Stuk lopen. Gelaten sfeer. Een enkeling sloft.  Zin in de volgende stap hebben de meeste niet. De slagboom. Soldaten geven korte instructies. Doorlopen,  opschieten. Wachten op een plein. Met zijn allen. Even zitten. Toch niet, dat doen we thuis. Staan dus. Een man, schouders recht, kapitein. Naar binnen. Formulieren, kamer. Met vier man op stapelbedden. Naar buiten groene legervoertuigen staan klaar, viertonners. Achterin allemaal. Zitten. Rijden over het terrein. Niemand kent elkaar. Voor Drie maanden met elkaar. Geen keus. Plicht. Grote hal. Lange tafels. Namen. Maten. Standaard uitrusting. Zwarte kisten, twee paar. Groene plunjezak. Jongens waren we. Jongens.  (c) RH ( 2018 )

Casual Friday - Een Brian verhaal

Afbeelding
Brian zit op kantoor. Het is casual Friday. Vandaag geen kostuum maar een kaki broek, een McGregor polo en een McGregor trui. Mode is niet zijn ding, liever denkt hij niet na over kleding en zat hij hier in zijn blauwe pak en witte shirt met blauw rood gestreepte stropdas in een dubbele Windsor, net als alle andere dagen van de week. Dat aanstellerige moderne gedoe, nee dat vindt hij onzin en weinig professioneel. De meeste van zijn collega's zijn als altijd op vrijdagmiddag vijf uur al vertrokken of hangen aangeschoten in de bar beneden in de hal. Brian is een buitenbeentje op kantoor, een jongen van de lange termijn. Hij wist tijdens de crises als één van de weinigen zijn portefeuille winstgevend te houden, dat was door de vennoten opgemerkt en gewaardeerd. In de pikorde stond hij daarom ver boven de snelle modebewuste meisjes en jongens die tegelijkertijd met hem  waren aangenomen. Voor zover ze trouwens  nog niet waren weggestuurd wegens wanprestatie en ijdeltuiterij. ...

Lijn 5

Afbeelding
Lijn 5 Aangezien de stijve nek haar blikveld vooral ter rechterzijde doet vallen ziet ze goed hoe de tram inmiddels wegrijdt. Lijn vijf bleek weer eens vertraagd toen ze het perron bereikte. Flink vertraagd eigenlijk. Na een paar minuten was ze richting het bankje geschuifeld en had ze zich laten zakken op het koude beton. Niet verstandig wist ze, maar blijven staan kon ze niet. Uiteindelijk kwam de tram, maar zoals ze van te voren wist, tegen die tijd was ze dusdanig verstijfd dat opstaan een lang denkproces behoefte. Welke beweging eerst? Hoe de wereld naar haar kijkt dat weet ze best. Een oud chagrijnig wijf. Zo zal er ongeveer over haar worden gesproken. En ze begrijpt het nog ook. Ja ze oogt chagrijnig. Reageert vaak kribbig. Ging nooit in op uitnodigingen tot het moment volgde dat ze niet meer kwamen. Nee ze lachte nooit voluit. Er was een tijd dat het anders was. Ze lachte luid.  Danste, zwierde. Bezocht alle feesten en veroverde menig mannenhart. Ze begrijpt het echt ...

Afscheidsbrief

Afbeelding
Dag, Misschien wil je weten waarom ik het gedaan heb? Ik dacht altijd dat je mijn vriendin was. Dat we altijd alles tegen elkaar zeggen konden. Dat we dat ook deden. Dat is kapot. Je vroeg mij waarom ik me altijd zo lelijk opmaakte, zoveel make-up gebruikte, van die felrode lipstick opdeed. Dat vroeg je me. Terwijl ik dat al zo doe sinds wij elkaar kennen. Sinds dat jij van een andere school bij mij het examenjaar inschoof. Ik vroeg of je naast mij wilde zitten. Ik nam je mee in de pauze om samen met mij en mijn vriendinnen te zitten, zodat jij niet alleen zou zijn. Dat leek mij zo akelig, alleen op zo’n grote school, niemand kennen. Sindsdien zijn we onafscheidelijk geweest. Zeg een jaar of vijfendertig. We deelden al onze geheimen. Dacht ik. En dan kom jij met die vraag. Je zegt mij dat er meer mensen zijn die zich die vraag stellen. Je sprak dus over mij met anderen. Over iets dat mij mij maakte. Iets waardoor ik die middelbare school kon doorlopen. Het gaf mij iedere dag de moed ...

Op de markt

Afbeelding
'Een Vietnamees loempiaatje'. Ze bestelt met zachte breekbare stem. Langzaam zoekt haar trillende hand in de plastic boodschappentas. Geritsel. De opgedoken portemonnee oogt net zo oud als de dame zelf. Vaal en vol craquelé. Met moeite gaat de knip er uiteindelijk af, geconcentreerd lijkt ze te zoeken naar de één euro tien waar de Aziatische dame met snelle schelle tong om vroeg, geen alstublieft. Tijd voor beleefdheden is er niet kennelijk. Het lukt de oudere dame uiteindelijk de muntjes te verzamelen en te overhandigen. Inmiddels is de rij achter haar flink gegroeid en jawel hoor, één enkeling, een man vanzelfsprekend, kijkt geërgerd naar de dame. Hem wordt zeker nooit iets kwalijk genomen. Hij is geliefd! Niemand die ooit last van hem heeft. Waarom schiet ze niet op lijkt zijn houding uit te stralen, dat ouwe mens. De vrouw zal het allemaal niet mee krijgen waarschijnlijk, hoop ik maar. Maar toch, het stoort mij, die houding van zo'n man. De loempia neemt ze voorzicht...

Kant

Had ik maar een muts meegenomen en goede handschoenen, alle-thecis wat is het kotskollere koud. Mijn oren schreeuwen het uit van de pijn. Aanraken zal fataal zijn. Ik weet het zeker. Ze zullen uiteenvallen in duizend stukjes en als minuscule roze scherfjes op het zandige bospad verdwijnen, mij achterlatend met twee diepe gaten aan beide zijden van wat eerst, ja ik zeg het zelf, een best geslaagd hoofd was. De takken van de bomen bedekt met rijp na de lange ochtendmist brengen mijn gedachten, oh zalig ben ik, bij haar pikante zijde jurkje met kante randjes en bandjes. In gedachten glijden mijn vingers over de door het zijde bedekte fraai gewelfde lichaam. Tintelingen maken zich meester van mijn gedachten en lichaam. Bloed stroomt harder, zorgt voor spanningen en warmte, zodat zelfs mijn oren weer iets lijken te ontdooien.... (C) RH 30/12/2016