Posts

Doorladen, richten, schieten.

Afbeelding
Hij staat met zijn rechterbeen vooruit. Rechte rug,   semiautomatisch geweer tegen zijn linkerschouder. Rechterarm gestrekt langs de loop. Hoofd iets naar rechts. Linkerhand bij de trekker. Linkshandig dus. Op de autoweg is het chaos. Mensen rennen, zoeken bescherming tussen de wrakken. Om hun heen steeds meer slachtoffers die in hun verbazing niet op tijd wegdoken. We zijn konijnen, kijken in de koplampen. Claxons, draaiende motoren, rinkelend glas, gegil, de geur van benzine. In alle rust staat hij daar. Ik hoor weer het doorladen gevolgd door weer een droge knal. Een pluimpje rook in de koude avond lucht. Ik zie iemand stilstaan om vervolgens door de knieën te zakken. De loop draait, doorladen, richten, knal. Weer een dode. Ik laat alles lopen. Plas in mijn broek, voel de warmte van dunne poep langs mijn benen glijden. Sirenes. Zwaailichten. Het geluid van een helikopter. Te ver weg nog. De schutter blijft onbewogen, doorladen, richten, schieten. N...

Flatliner

Afbeelding
Duizelingen. Ik zoek houvast. De deurpost biedt hulp. Iedereen in het lokaal zit al, slechts mijn eigen stoel is nog leeg. Niemand praat. Het lijkt wel of mijn aanwezigheid de stemmen deed verstommen. Ik voel me anders, niet tof, breekbaar. De deur sluit achter me. Onzeker, ietwat wankel loop ik richting mijn tafel. Onderweg steun ik op de schouder van Mike, bij mijn aanraking merk ik dat hij verstijft. Eindelijk kan ik gaan zitten. Alle blikken lijken op mij gericht. Wat kijken ze raar, er wordt wat gegiecheld. Om mij? Dat zou voor het eerst zijn dat ze dat durven. Ik kijk Mike aan; 'Wat is er aan de hand man?' Met grote verbaasde ogen begint Mike, mijn beste vriend, wat te stotteren. 'U, u, u zzz, zit op, op de plek, van, van, Brian mevrouw.' De laatste twee woorden volgden elkaar snel. Wat? Wat zegt Mike?! 'Ik?! Ik ben Brian, man, loop me nu niet te zieken! Ik voel me al zo waardeloos.' Mijn woorden hebben niet het effect dat ik had verwacht. Mike zij...

Te vroeg gepiekt.

Daar staat ze dan op het krappe balkon. Sigaartje tussen de uitgedroogde lippen. Ze moest opstaan voor haar 27 jaar oudere ega. De man die ze zonder moeite had weten los te weken van zijn saaie tweede vrouw en drie kinderen. Tweede leg. Nu loopt hij gebogen in zijn muisgrijze badjas voor haar langs. Hij zegt zoals altijd niets. Hij zwijgt. Samen zwijgen ze, of beter gesteld, ze zwijgen los van elkaar, zonder samenhang. Het was een prachtige tijd toen hij nog kon beschikken over de miljoenen die hij verdiend had op de beurs. In 2008 verloor hij vrijwel alles. In 1 keer. Zijn geld, zijn vastgoed, zijn libido. Slechts dit flatje met het kleine balkonnetje konden ze behouden. Daarna was het bergafwaarts gegaan met de relatie. Alle plezier was weg. Zij 49, hij 76. Zij ,de derde vrouw, zonder eigen leg. Hij platzak en impotent. Wat moet zij? Make-up? Doet ze maar niet meer. Voor wie? Praten? Waarover? Niemand ziet in haar nog die mooie vrouw. Langzaam gaat ze op in zijn stilte, is er al...

Aanleunwoning

Hij liet gisteravond vlak voor middernacht de hond uit en liep, zoals wel vaker langs een complexje met aanleunwoningen. Achter één van de ramen lag, tot voor kort 's avonds, eigenlijk zonder uitzondering, in al zijn eenzaamheid een oudere heer met open mond te slapen in zijn stoel, tv aan. In zo'n huiskamer waarvan je zeker weet dat de vrouw des huizes al een tijdje geleden de laatste ademtocht mocht uitblazen. Een beeld dat steevast gemengde gevoelens opriep. Gisteravond was het huis vrijwel leeg, harde witte lampen straalden een ijzige koude uit, 2 personenauto's stonden volgeladen voor het tuinhekje. Enkele mannen en vrouwen liepen in stilte met vuilniszakken naar de vuilcontainers. Een paar dagen terug moet hij daar voor het laatst hebben liggen slapen. Open mond. TV aan. Het was de 14e van de maand. Als de familie zorgde voor een leeg huis op de 15e dan scheelde dat een halve maand huur. Zo gaat dat. Een snapshot in woorden (c) RH 15/9/2014

De schiller

Afbeelding
Eigenlijk kende Kees geen beter schiller dan de jongen die hij sinds zijn jeugd als zijn allerbeste vriend beschouwde. Die vriend had het schillen geleerd van zijn grootvader, die het schillen al in de jaren 20 van de vorige eeuw naar het aller hoogste niveau had weten te brengen. De inmiddels meer dan honderd jaar oude man had zijn schilkunst proberen over te dragen aan zijn eigen kinderen maar die hadden geen tot weinig interesse getoond. Nog altijd dacht hij met grote vreugde terug aan het moment waarop hij zag hoe gebiologeerd zijn eerste en tevens enige kleinzoon toekeek terwijl hij een Goudrenet schilde. De kleine man had geklapt en gejuicht en natuurlijk om een hapje gevraagd. Iets was de trotse grootvader vanzelfsprekend niet onbewogen had gelaten. Een partje was dan ook snel ik het mondje van de kleine jongen verdwenen. Het was op de grote vaart dat hij als jongste hulp in de keuken het schillen perfectioneerde. Duizenden, zo niet tienduizenden kilo’s aardappels moeten er...

Sneeuwbal

Vannacht droomde ik. Ik heb dat wel vaker. Dat ik droom. Ik droomde nu over een sneeuwbal en een man. Een man die zeker wist dat hij schrijver was. Schrijver zonder ooit een verhaal te hebben geschreven. Een verhaal dat zich scherp op mijn netvlies heeft genesteld. Een verhaal dat brandt. Het moet eruit. ‘Jetzt geht es Loss'. Aan een grote eiken tafel zat hij, de Schrijver, achter zijn laptop. Midden in een houten chalet door zijn ouders eigenhandig gebouwd. Zo’n dertig jaar terug alweer. Een puntdak met overhangende dakranden, op de etage, boven de deur en de galerij een charmant balkon. Houten wanden, zwaar isolerend hout, rustend op een natuurstenen muurtje. Massieve luiken voor de vensters. Geen stroom, geen tv, niks geen luxe. Aan de dikke wanden gevulde stoffige boekenkasten en dito letterbakken. Boekenkasten met boeken, letterbakken met prullen en memorabilia. In de kelder een klein aggregaat voor noodgevallen. Een klassiek chalet ondergedompeld in een prachtig wit winter...

Rembrandt, Utrecht, Utrecht, . . .

Druk op mijn oren. Mijn lichaam opereert in opperste staat van alertheid. Mijn zintuigen staan op scherp. Alhoewel mijn zicht helder is merk ik dat mijn ogen met name speuren naar zaken die ik normaal niet zou opmerken. Ik ben gespannen maar loop soepeler dan normaal. Koortsig probeer ik na te denken. Emoties, woede, enorme woede. Tranen van kwaadheid die ongemerkt de weg over mijn wangen hebben afgelegd vang ik reflexmatig op met mijn tong. Ik proef het zout. Even, heel even ebt de woede weg, maar vrij snel is het er weer. De woede. Groter nog nu. Het had gewoonweg ook nooit mogen gebeuren. Daar kan niemand mij in tegenspreken. Maar het gebeurde wel. En zo gaat het dan dus. Zo kom je ertoe. Door mijn lichaam racen allerlei stofjes die mij anders doen voelen. Die mij anders maken. Ik ben een ander. En die ander, die wil ik zijn. Eigen rechter, eigen richting. Ik merk dat ik het snap. Dat ik begrijp dat er momenten zijn waarbij de ratio het kan, en zeker ook mag verliezen van de emotie...