Posts

Dader

Regen slaat in zijn gezicht Grote koude druppels Verbloemen de tranen De angst in de ogen De bomen buigen De wind beukt De golven rammen Op de dijk Het rubber van de banden Raakt het zwarte asfalt Wind beneemt zijn adem Draait de zware trappers De wielen gaan traag in het rond De regendruppels Verbloemen de tranen De angst in de ogen De bomen buigen De wind beukt De golven rammen Op de dijk Al jaren krijgt hij klappen Dreunen vuisten in zijn buik Lacht iedereen hem uit Snijden woorden door zijn ziel Priemen ogen in de zijne Wint de eenzaamheid terrein De regendruppels Verbloemen de tranen De angst in de ogen De bomen buigen De wind beukt De golven rammen Op de dijk Vandaag was er de druppel Werd angst de bron van kwaad Zag de pester in de spiegel Vloeide bloed en regen samen Was de wraak zo hard en raak De regendruppels Verbloemen de tranen De angst in de ogen De bomen buigen De wind beukt De golven rammen Op de dijk Een pester trof de j...

Op dun ijs - Een Brian verhaal

Afbeelding
Voortgedreven door de lichte wind slingert fijne sneeuw als een slang over het zwarte ijs. De temperatuur flink onder nul. Brian trekt de ijsmuts verder over zijn oren. Zijn kont wordt, nu vocht uit het gras de krant intrekt, langzaamaan kouder. De vrieskou zorgt ervoor dat de fijne motoriek minder goed functioneert. Het blijkt niet eenvoudig om de witte veters van zijn leren Vikings strak te krijgen. Niet te strak, enige doorbloeding gaat straks wel noodzakelijk zijn, hij wil zijn tenen blijven voelen. Onder de donkergroene trainingsbroek met twee witte strepen aan de zijkant kriebelt de lange onderbroek. Brian krabt even, opschieten wil hij. Hij wil zo snel mogelijk op de ijzers staan. Dat mooie maagdelijke ijs op. Hij wil, hij moet de eerste zijn. Op de radio werd gemeld dat schaatsen op open water nog niet veilig zou zijn. Grote groepen kan dit ijs inderdaad niet hebben. Maar Brian is alleen. Schaatst sowieso liever solo. Armen op de rug, beschermers in de hand, vlak onder de r...

Zoenen - Een Brian verhaal

Afbeelding
Voor zich een lange rij jaren dertig woningen.  In het midden een poort waarachter zich een doolhof aan straten bevindt. Van rechts nadert op een meter of tien een in chique zwart geklede jongedame de poort.  Bij de poort kijkt ze even voor zich uit en slaat vervolgens rechtsaf de poort in. Nieuwsgierig geworden kijkt Brian even naar links om te zien wat haar had doen opkijken. Op ongeveer vijftig meter komt een jongeman aangerend.  Grijze joggingbroek, donkergroen sweatshirt met oranje capuchon, rode Adidassen aan de voeten. Een bonte verzameling kleuren. Geheel uit de toon vallend bij de fraaie jongedame. Geen wonder dat ze maar kort opkeek.  Bij de poort slaat hij linksaf,  toch ook de poort in. Halverwege staat nog de jongedame.  De jongen loopt op haar af. Een innige omhelzing. Een paar woorden lijken te worden uitgewisseld. Een blik in elkaars ogen en dan zoenen ze elkaar hartstochtelijk.  Brian is nu ook in de poort, schraapt zijn keel, ze ...

Jongens waren we. Jongens.

Afbeelding
Prachtig weer. De trein stopt. Uitstappen. Een sporttas in de hand. Meerdere jongens stappen uit. Enkele lijken elkaar te kennen. Hebben er zin in? Stuk lopen. Gelaten sfeer. Een enkeling sloft.  Zin in de volgende stap hebben de meeste niet. De slagboom. Soldaten geven korte instructies. Doorlopen,  opschieten. Wachten op een plein. Met zijn allen. Even zitten. Toch niet, dat doen we thuis. Staan dus. Een man, schouders recht, kapitein. Naar binnen. Formulieren, kamer. Met vier man op stapelbedden. Naar buiten groene legervoertuigen staan klaar, viertonners. Achterin allemaal. Zitten. Rijden over het terrein. Niemand kent elkaar. Voor Drie maanden met elkaar. Geen keus. Plicht. Grote hal. Lange tafels. Namen. Maten. Standaard uitrusting. Zwarte kisten, twee paar. Groene plunjezak. Jongens waren we. Jongens.  (c) RH ( 2018 )

Casual Friday - Een Brian verhaal

Afbeelding
Brian zit op kantoor. Het is casual Friday. Vandaag geen kostuum maar een kaki broek, een McGregor polo en een McGregor trui. Mode is niet zijn ding, liever denkt hij niet na over kleding en zat hij hier in zijn blauwe pak en witte shirt met blauw rood gestreepte stropdas in een dubbele Windsor, net als alle andere dagen van de week. Dat aanstellerige moderne gedoe, nee dat vindt hij onzin en weinig professioneel. De meeste van zijn collega's zijn als altijd op vrijdagmiddag vijf uur al vertrokken of hangen aangeschoten in de bar beneden in de hal. Brian is een buitenbeentje op kantoor, een jongen van de lange termijn. Hij wist tijdens de crises als één van de weinigen zijn portefeuille winstgevend te houden, dat was door de vennoten opgemerkt en gewaardeerd. In de pikorde stond hij daarom ver boven de snelle modebewuste meisjes en jongens die tegelijkertijd met hem  waren aangenomen. Voor zover ze trouwens  nog niet waren weggestuurd wegens wanprestatie en ijdeltuiterij. ...

Lijn 5

Afbeelding
Lijn 5 Aangezien de stijve nek haar blikveld vooral ter rechterzijde doet vallen ziet ze goed hoe de tram inmiddels wegrijdt. Lijn vijf bleek weer eens vertraagd toen ze het perron bereikte. Flink vertraagd eigenlijk. Na een paar minuten was ze richting het bankje geschuifeld en had ze zich laten zakken op het koude beton. Niet verstandig wist ze, maar blijven staan kon ze niet. Uiteindelijk kwam de tram, maar zoals ze van te voren wist, tegen die tijd was ze dusdanig verstijfd dat opstaan een lang denkproces behoefte. Welke beweging eerst? Hoe de wereld naar haar kijkt dat weet ze best. Een oud chagrijnig wijf. Zo zal er ongeveer over haar worden gesproken. En ze begrijpt het nog ook. Ja ze oogt chagrijnig. Reageert vaak kribbig. Ging nooit in op uitnodigingen tot het moment volgde dat ze niet meer kwamen. Nee ze lachte nooit voluit. Er was een tijd dat het anders was. Ze lachte luid.  Danste, zwierde. Bezocht alle feesten en veroverde menig mannenhart. Ze begrijpt het echt ...

Afscheidsbrief

Afbeelding
Dag, Misschien wil je weten waarom ik het gedaan heb? Ik dacht altijd dat je mijn vriendin was. Dat we altijd alles tegen elkaar zeggen konden. Dat we dat ook deden. Dat is kapot. Je vroeg mij waarom ik me altijd zo lelijk opmaakte, zoveel make-up gebruikte, van die felrode lipstick opdeed. Dat vroeg je me. Terwijl ik dat al zo doe sinds wij elkaar kennen. Sinds dat jij van een andere school bij mij het examenjaar inschoof. Ik vroeg of je naast mij wilde zitten. Ik nam je mee in de pauze om samen met mij en mijn vriendinnen te zitten, zodat jij niet alleen zou zijn. Dat leek mij zo akelig, alleen op zo’n grote school, niemand kennen. Sindsdien zijn we onafscheidelijk geweest. Zeg een jaar of vijfendertig. We deelden al onze geheimen. Dacht ik. En dan kom jij met die vraag. Je zegt mij dat er meer mensen zijn die zich die vraag stellen. Je sprak dus over mij met anderen. Over iets dat mij mij maakte. Iets waardoor ik die middelbare school kon doorlopen. Het gaf mij iedere dag de moed ...