Posts

Slaap

Het plakt. Onder de oksel, links, rechts. De knieholte, niet anders. Helaas plakt de slaap niet. Spieren vragen om rust. Spasmen laten mijn benen kort en fel zoeken naar ontspanning. Rond mijn hoofd zingt een mug op zoek naar bloed. Mijn bloed. De zang ergert. Onder het kussen doof ik de zang maar ontneem ik mijzelf vrijwel de kans te ademen. In mijn gedachten zie ik de mug een landingsplaats zoeken op een blootliggend stuk huid. Ik meen de landing op te merken, een speld, ik sla op de plek waar ik de bloedzuiger vermoed. Snel mijn kussen weg,  adem in! Krabben. De zang is er nog. Ik wapper even. Het is stil buiten mijn hoofd, nu beginnen diverse woorden in mijn hoofd de stilte aldaar te verdrijven. Plannen, gedachten. Zinnige. Onzinnige. Op dit moment lijken ze allemaal het eerste. Maar ook nu weet ik dat morgenochtend een belangrijk deel, zo niet alles volslagen onsamenhangend zal zijn. Zo gaat dat vaak met dit plakkerige weer. Met briljante gedachten in de nacht. Aandrang. D...

Merel

Afbeelding
Wanneer ik hier zo aan de oever van de plas zit en naar de lichtjes in de huizen aan de overzijde kijk, me voorstel hoe de bewoners eten, praten, luisteren, oftewel leven, drukt mijn eigen ellendige bestaan nog zwaarder op mijn schouders. Mijn bestaan dat na de dood van Merel alle vreugde en warmte verloor. Merel mijn grote zus. Mijn zus waar ik weinig specifieks meer van weet. Ik was te jong. Toch voelt het alsof er een onbekend  lichaamsdeel geamputeerd is. Ze is alom aanwezig, ik verwacht haar om een hoek, verwacht haar stem, haar gebaren zonder me die te herinneren. Het was koud, het eerste ijs lag op de sloten. Zonder erbij na te denken ben ik er als klein jongetje opgestapt, een paar passen hield het ijs me nog. Toen zakte ik er onherroepelijk door. Zonder twijfel moet Merel het ijs opgestapt zijn om mij, haar broertje waar zij verantwoordelijk voor was, te redden uit het ijskoude water. Het is haar gelukt, vlak voor zij zelf door ijs zakte en in het zwarte wat...

Goed voorbeeld doet volgen

'Ach meneer het is niet meer gewoon tegenwoordig dat iemand iets voor een ander doet' . Dat zegt de dame voor mij in de rij als ik de caissière aanbied een vergeten zak sla naar de koeling te brengen. Wanneer ik na korte tijd terug in de rij invoeg herhaalt de dame iets soortgelijks. De toon heeft iets van dat het allemaal de schuld is van de rest. Een maatschappelijk probleem waar zij geen deel in heeft. Dat ik haar uitspraak moet beamen. Ja toch, niet dan? ' Daar bent u toch zelf bij? Wanneer gaf u zelf het goede voorbeeld? U stond dichterbij de caissière dan ik. Waarom bood u de caissière niet aan om de zak sla op zijn plek in de koeling terug te leggen? Goed voorbeeld doet wellicht volgen toch?' Ze kijkt me beduusd aan. Dat was natuurlijk niet wat ze van de behulpzame meneer had verwacht. ' Nou zeg dat is mijn taak toch niet? Ik werk hier toch niet, daar heb ik toch ook helemaal geen tijd voor, ik sta te wachten in de rij! ' 'Precies mevrouw, preci...

Soep met ballen

Opgewarmde soep. De ballen zijn wat sompig geworden en de vermicelli is zo zacht dat de sliertjes lijken op te lossen zodra ik met mijn lepel een beetje in de kom roer. Voor ik een hap neem blaas ik even, vooral gewoonte,  al wil ik mijn oude tong en gehemelte ook niet verbranden. De soep moet immers niet zo heet worden gegeten als ‘ie’ wordt opgediend. Zo is het ook met mij. Ik kan soms wat depressief overkomen. Het is maar een houding, een deel van mijn huidige rol. Natuurlijk heeft mijn leven leukere periodes gekend. Periodes waarin ik de grenzen van mijn spel kon verkennen, al of niet met behulp van geestverruimende middelen. Relaties waren er zo nu en dan. Ze duurde alleen nooit langer dan een half jaar of zo. In de jaren 60 en 70 volgden de relaties elkaar met  hoge snelheid op. Misschien mag ik het ook niet als relaties bestempelen. Van het ene feestje naar het andere. Ik wierp mij in die tijd als een ware bohème in de wereld van de flowerpower, seks, drugs. Ik was...

Nieuwjaarsdag

Nieuwjaarsdag in de polder. Ik zag haar vandaag weer zitten. Alleen in het vrijstaand huis.  Het huis. Protestant Christelijk, sobere stijl. De kleiige polder staat er vol mee. Zandsteenkleurige bakstenen met grijze voegen vormen een rechthoekige doos. Een puntdak met grijze dakpannen creëerde ruimte voor een vliering. Degelijkheid stond voorop. Door grote gordijnloze ramen kijk ik de huiskamer in. Stoelen en banken zijn afgedekt met lakens. 'Alleen als er visite komt gaan ze er af'. Zo nam ze zich vast ooit voor. Op het spaanplaten, met gevlamd donkerbruin fineer afgewerkte huisorgel staan verkleurde foto's. Dat wat men herinnert aan hopelijk gelukkige tijden. Tijden waarin het huis bewoond werd door haar man en de kinderen.  Buiten in zijn hok lag Boris, de herdershond. Op zondag speelde haar dochter op het orgel na het eerste Kerkbezoek. Haar man in zijn groene zondagse vilten pak, pijp in de mond. Zo luisterden ze gezamenlijk naar haar dochter. Wanneer ze haar og...

Doorladen, richten, schieten.

Afbeelding
Hij staat met zijn rechterbeen vooruit. Rechte rug,   semiautomatisch geweer tegen zijn linkerschouder. Rechterarm gestrekt langs de loop. Hoofd iets naar rechts. Linkerhand bij de trekker. Linkshandig dus. Op de autoweg is het chaos. Mensen rennen, zoeken bescherming tussen de wrakken. Om hun heen steeds meer slachtoffers die in hun verbazing niet op tijd wegdoken. We zijn konijnen, kijken in de koplampen. Claxons, draaiende motoren, rinkelend glas, gegil, de geur van benzine. In alle rust staat hij daar. Ik hoor weer het doorladen gevolgd door weer een droge knal. Een pluimpje rook in de koude avond lucht. Ik zie iemand stilstaan om vervolgens door de knieën te zakken. De loop draait, doorladen, richten, knal. Weer een dode. Ik laat alles lopen. Plas in mijn broek, voel de warmte van dunne poep langs mijn benen glijden. Sirenes. Zwaailichten. Het geluid van een helikopter. Te ver weg nog. De schutter blijft onbewogen, doorladen, richten, schieten. N...

Flatliner

Afbeelding
Duizelingen. Ik zoek houvast. De deurpost biedt hulp. Iedereen in het lokaal zit al, slechts mijn eigen stoel is nog leeg. Niemand praat. Het lijkt wel of mijn aanwezigheid de stemmen deed verstommen. Ik voel me anders, niet tof, breekbaar. De deur sluit achter me. Onzeker, ietwat wankel loop ik richting mijn tafel. Onderweg steun ik op de schouder van Mike, bij mijn aanraking merk ik dat hij verstijft. Eindelijk kan ik gaan zitten. Alle blikken lijken op mij gericht. Wat kijken ze raar, er wordt wat gegiecheld. Om mij? Dat zou voor het eerst zijn dat ze dat durven. Ik kijk Mike aan; 'Wat is er aan de hand man?' Met grote verbaasde ogen begint Mike, mijn beste vriend, wat te stotteren. 'U, u, u zzz, zit op, op de plek, van, van, Brian mevrouw.' De laatste twee woorden volgden elkaar snel. Wat? Wat zegt Mike?! 'Ik?! Ik ben Brian, man, loop me nu niet te zieken! Ik voel me al zo waardeloos.' Mijn woorden hebben niet het effect dat ik had verwacht. Mike zij...